De Middeleeuwse kunst is vol met uitbeeldingen
van architectuur: of het nu gaat om afbeeldingen van grote gebouwen
in een handschrift of op een zegel, of om de microarchitectuur van
een gebeeldhouwd baldakijn. De toepassing en betekenis van deze
architectuuruitbeeldingen is tot nu toe onderbelicht.
In dit boek wordt deze beeldtraditie vanuit
verscheidene invalshoeken belicht. Zo komen middeleeuwse weergaven
van de belangrijkste architectonische idealen uit de Bijbel ter
sprake: het Hemelse Jeruzalem en Salomo’s tempel. De rijk versierde
stadsmuren van de hemelstad, met twaalf poorten en het heiligdom van
het Oude Verbond, maakten voor de middeleeuwer de woonplaats van God
aanschouwelijk. Maar geen enkele afbeelding blijkt de tempel
nauwkeurig volgens de Bijbelse beschrijving in beeld te brengen. Zo
rijst onvermijdelijk de vraag naar de achterliggende betekenis. Die
betekenis treedt duidelijk naar voren bij architectuuruitbeeldingen
die onderling contrasteren. Zo staat de hemelstad tegenover de hel,
de tempel tegenover het paleis en de joodse synagoge tegenover de
christelijke kerk.
De tweede helft van het boek gaat in op de
relatie tussen de uitgebeelde architectuur en de werkelijke
gebouwen. Middeleeuwse kunstenaars werkten niet volgens het
wiskundige perspectief en lijken zich zelden om een ‘realistische’
weergave te hebben bekommerd. De vraag is wat opdrachtgevers en
kunstenaars beoogden? Welke boodschap ligt er besloten in het
architectuurmodel dat een stichter aanbiedt? Wat vertellen de
kastelen, kerken en stadsgezichten die vorsten, geestelijken en
stadsbesturen op hun zegels voerden?
Dit boek levert het antwoord op veel van deze
vragen. Zo biedt het een verrassende kijk op de middeleeuwse kunst
van Schotland tot Sicilië, van miniaturen tot gebrandschilderde
vensters en van beroemde monumenten tot bijna vergeten kleinoden.
Inhoudsopgave in pdf